Verwarming >> Warmteopwekker >> Combi warmtepomp  

Combi warmtepomp

Een warmtepomp moet net als een cv-ketel regelmatig gecontroleerd en onderhouden worden. Zo zorgt u ervoor dat de warmtepomp in een goede conditie blijft.

Checklist voor de warmtepomp
  • Controleer of het expansievat in het circuit van de bodemwisselaar niet kapot is.
  • Controleer 1x per half jaar de druk in het circuit van de bodemwarmtewisselaar en waarschuw zonodig uw installateur.
  • Controleer de inlaatcombinatie (van de warmwaterboiler) minimaal 1x per 12 maanden.
  • Laat de warmtepomp en de bijbehorende inlaatcombinatie 1x per jaar door uw installateur controleren en onderhouden.
  • Controleer regelmatig, bijvoorbeeld 1x per maand, of de warmtepomp goed functioneert. Dit voorkomt langdurig gebruik van de eventueel aanwezige elektrische naverwarming.
  • In de storingsstand (vaak aangegeven met een knipperende LED op het regelpaneel) werkt de warmtepomp niet en kan de elektrische naverwarming voor levering van de warmte zorgen.
Vloeistofdruk in circuit controleren en zo nodig bijvullen

In het circuit van de bodemwisselaar zit een vloeistof onder druk. Het gaat hierbij om een mengsel met een speciale samenstelling. Dit systeem heeft net als de cv-installatie een drukmeter en een expansievat. Deze zijn aangebracht in de cv-ruimte. Verwar de drukmeter en expansievat van de warmtepomp dus niet met die van het cv-circuit! Controleer 1x per half jaar het circuit van de bodemwarmtewisselaar en waarschuw zo nodig uw installateur. In de handleiding van de warmtepomp kunt u opzoeken wat de juiste druk is.

Storing warmtepomp

Heeft de installatie een storing, kijk dan eerst op de display (regelpaneel) van de warmtepomp of deze hierover informatie geeft. Kijk of de waterdruk goed is. Voor codes op de display, zie de fabriekshandleiding van de warmtepomp. Volg de instructies op.

Gebruik zo nodig de resetknop op de warmtepomp (volg hiervoor de instructies uit de fabriekshandleiding).

Helpt dit niet, bel dan uw installateur en geef als dit mogelijk is, ook de storingscode op de display van de warmtepomp door.

Controleren cv-installatie
  • Controleer 1x per half jaar de waterdruk in de cv-installatie en vul zo nodig bij. Schakel uw verwarmingsinstallateur in als u meer dan 2x per jaar moet bijvullen.
  • Een (te) lage waterdruk kan ook veroorzaakt worden door een kapot expansievat. Controleer deze daarom ook enkele keren per jaar.
  • Hoort u water borrelen in de cv? Ontlucht dan uw cv-installatie.
  • Laat de verwarmingsinstallatie 1x per 1,5 tot 2 jaar door uw installateur onderhouden. (Controleer dit, ook indien uw ketel gehuurd of geleased is).
  • Voorkom bevriezing van de verwarmingsinstallaties (denk ook aan waterleidingen, inclusief een eventuele buitenkraan). Zorg ervoor dat bij (strenge) vorst elk vertrek tenminste enigszins wordt verwarmd.
  • Heeft de cv-installatie een storing, kijk dan eerst op de display (regelpaneel) van de cv-ketel of hierover informatie wordt gegeven.
  • Heeft u een open haard of houtkachel? Laat ieder jaar uw 'schoorsteen' vegen.
Bijvullen cv-installatie

De vulkraan is aangebracht in de cv-ruimte en de waterdrukmeter meestal in de combi cv-ketel. Als de druk lager is dan 1 bar, moet u de verwarming uitzetten en bijvullen met leidingwater; zie de handleiding van uw cv-ketel voor meer gedetailleerde informatie.

Zet de volgende stappen:
  1. Zet de kamerthermostaat of de ketelthermostaat op 15 graden; of in ieder geval lager dan de kamertemperatuur.
  2. Open alle radiatoren en/of andere afgiftesystemen voor verwarming zoals vloerverwarming.
  3. Wacht circa 15 minuten zodat de watertemperatuur gedaald is (tot circa 40°C).
  4. Haal de stekker van de cv-ketel uit het stopcontact.
  5. Koppel de vulslang aan de speciale kraan op de waterleiding. Let er op dat de rubber ringetjes nog in de koppelingen zitten.
  6. Vul de slang tot alle lucht uit de slang is, sluit de waterkraan.
  7. Koppel de slang aan de cv-installatie.
  8. Draai de waterkraan voorzichtig open en daarna de vulkraan van de cv-installatie (meestal door deze kraan een kwart slag te draaien).
  9. Vul de cv-installatie bij tot de druk niet meer oploopt of maximaal tot 1,5 à 2 bar.
  10. Sluit de waterkraan en vervolgens de cv-vulkraan; de cv-vulkraan sluit u meestal door deze weer een kwart slag terug te draaien.
Ontluchten

Nu kunt u de radiatoren of andere afgiftesystemen ontluchten als dat nodig is. Na het ontluchten kan het nogmaals nodig zijn om water bij te vullen.

Als dat niet nodig is, kunt u:
  1. De vulslang loskoppelen van de cv en de waterleiding. Pas op: er staat nog druk op de slang, er komt dus nog wat water uit. Houd eventueel een doek voor lekwater bij de hand.
  2. De stekker in het stopcontact doen.
  3. De kamerthermostaat of de ketelthermostaat op de juiste stand zetten.
  4. De ketel zelf heeft een automatische ontluchting (tenzij anders vermeld, zie hiervoor de handleiding van uw cv-ketel), dus daar hoeft u niets aan te doen.
Expansievat controleren

Aan de cv-installatie is een expansievat gekoppeld. Dit vat, meestal rood maar soms wit, is in uw woning waarschijnlijk aangebracht nabij uw cv-ketel.

Het expansievat vangt de kleine drukverschillen in de installatie op die ontstaan door het uitzetten of krimpen van het volume van het water.

U hoeft niets aan dit vat te regelen of te onderhouden. Wel is het handig om te weten dat dit vat inwendig kapot kan gaan.

Controleer het vat als:
  • Er een groot drukverschil optreedt tussen een opgewarmde en een afgekoelde cv-installatie.
  • Er water komt uit het overstortventiel welke is aangebracht nabij het expansievat of onder het verwarmingstoestel; dit ventiel is een beveiliging tegen een te hoge druk in het cv-circuit.
Een kapot vat is als volgt te herkennen:
Tik op de onderste helft van het vat met een metalen voorwerp; als dit massief dof klinkt, dan zal het vat kapot zijn. Neem dan direct contact op met uw installateur. Een goed vat hoort hol te klinken.

Inlaatcombinatie controleren

De combiketel en eventuele (keuken)boiler zijn voorzien van een ‘inlaatcombinatie'. Deze voorkomt een te hoge druk in de drinkwaterinstallatie. Het is normaal dat de inlaatcombinatie soms druppelt. Dit gebeurt namelijk wanneer het drinkwater opgewarmd wordt en daardoor uitzet.

Controleer de werking van de inlaatcombinatie door regelmatig (1x per 12 maanden) aan de bijbehorende knop te draaien zodat er water uitstroomt en sluit hem dan weer direct. Hiermee wordt voorkomen dat de klep in de inlaatcombinatie vast gaat zitten. Controleer dan ook of de afvoer niet verstopt is. Is dat wel het geval (de inlaatcombinatie stroomt over), ontstop dan de afvoer of laat dit doen.

Zie de fabriekshandleiding voor meer informatie.

Onderhoud cv-installatie door de installateur

De cv-installatie zal periodiek (1 x per 1,5 tot 2 jaar) onderhouden en gecontroleerd moeten worden door een vakman voor een probleemloze werking en energiezuinig gebruik. De onderhoudsmonteur die aangesloten is bij UNETO-VNI gebruikt hiervoor de gegevens die de fabrikant van de installatie aanlevert. Tevens heeft de onderhoudsmonteur specifieke opleiding voor dit fabricaat gevolgd. Na de jaarlijkse onderhoudsbeurt zal de monteur een sticker op het toestel plakken, zodat u weet wanneer de laatste onderhoudsbeurt heeft plaatsgevonden en de volgende moet worden uitgevoerd.