Elektra >> Aardlekautomaat  

Aardlekautomaat

Elke groep is voorzien van een aardlekautomaat. Een aardlekautomaat is een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat (=de moderne vervanger van de 'stop' of 'zekering'). De aardlekschakelaar zorgt er voor dat het betreffende deel van de installatie direct uitgeschakeld wordt wanneer er stroom weg 'lekt' naar de aarde. De installatieautomaat schakelt de stroomtoevoer uit bij overbelasting of kortsluiting. Bij kortsluiting of bij het gebruik van teveel ‘zware' elektrische apparaten (apparaten die veel elektriciteit gebruiken) loopt er te veel stroom door een deel van de leidingen. Dit kan schade aan het elektranet tot gevolg hebben en kan zelfs brand veroorzaken.

Wat te doen bij storing?

Een aardlekautomaat kan door blikseminslag in de buurt uitgeschakeld worden. Treedt er tijdens een onweersbui een storing op, dan kunt u proberen om de aardlekautomaat direct weer aan te zetten. Lukt dit niet, volg dan onderstaande instructies op.

Ga bij een storing na of het een storing in uw huis is of een algemene elektriciteitsstoring. Treedt de storing in uw hele huis op, dan is de kans groot dat het een algemene storing is. Kijk naar de straatverlichting buiten of vraag de buren of ze dezelfde problemen hebben.
  • Zo ja: Wacht rustig af en luister eventueel naar een radio op batterijen, een autoradio of een mobieltje met radio.
  • Zo nee: Dan is er iets mis in uw woning.
Checklist

De aardlekautomaten zijn in de meterruimte aangebracht. Als er geen elektriciteit is, is dat vaak het geval door een uitgeschakelde aardlekautomaat. Als u constateert dat één van de aardlekschakelaars op stand 0 staat (= uit, schakelaar staat naar beneden), ga dan als volgt te werk:
  1. Stel vast welk deel (welke groepen) van uw installatie niet werkt. Schakel in dat deel alle apparaten (en ook lampen!) uit en haal de stekkers uit het stopcontact.
  2. Probeer nu de aardlekautomaat weer aan te zetten.
  3. Als dat lukt: Doe nu alle stekkers één voor één terug en schakel vervolgens één voor één de apparaten weer in en doe de lampen weer aan.
  4. Zodra de aardlekautomaat zichzelf weer uitschakelt, weet u welk apparaat of lamp defect is.
Als de aardlekautomaat direct na het inschakelen zichzelf weer uitschakelt, terwijl alle apparaten en lampen nog uit en/of afgekoppeld zijn, dan zit er ergens in het betreffende deel van het elektriciteitsnet een defect. Waarschuw dan direct uw installateur.